Categorieën
Boeken

Bu en Iedje

Bu en Iedje
Ideeënroman

Bu en Iedje is een ideeënroman. De idee die centraal staat, is de vraag: Hoe te leven. De jonge Iedje vraagt het aan haar buurvrouw, de oude Bu, die het kan weten. Het verhaal loopt van het begin van de twintigste eeuw tot in de nabije toekomst, eigenlijk tot in de eeuwigheid. Terwijl Bu van kind af aan doet wat ze kan om zichzelf te blijven, geeft dit haar ook de distantie om te zien hoe de maatschappelijke druk dat voor de meeste mensen onmogelijk maakt. Het zijn de tijden die van betrekkelijke schaarste geleidelijk ontsporen in overconsumptie; uiteindelijk komt het noodzakelijk tot een kanteling, waarna de mensen het per se anders willen. Zij bouwen een bestaan op zonder bezit en zonder macht. Een eenvoudig, leefbaar bestaan dat tot in de eeuwigheid kan duren. Dit laatste is het leven zoals Iedje het niet anders kent. Wat daaraan vooraf ging, leert ze van Bu.

En heel de aarde, de mensen, het leven komen tot rust.

Bu en Iedje, ideeënroman, is nog niet uitgegeven.

Categorieën
Boeken

Smartvreugde­mens

Smartvreugdemens – Een uitnodiging tot beleven
Literair essay in terzinen

Smartvreugdemens is een pleidooi om tot beleven te komen van wat je te beleven krijgt. Beleven is: tot je door laten dringen, doormaken, inzien. Daar komt het weinig van, we gaan door zonder ergens bij stil te staan. Dat is zorgelijk. Niet beleven maakt je kwetsbaar, geïrriteerd, angstig. Terwijl we juist in moeilijke tijden komen, waar we tegen opgewassen moeten zijn. Er wordt alle kracht van ons gevraagd. Hoe vind je die?
Wel aandacht hebben voor wat je overkomt, of het nu smart is of vreugde – het maakt je sterk, het maakt je blij. Dit is wat we nodig hebben.
Smartvreugdemens is te zien als het uitroepteken na het boek Waarachtigheid. Waarachtigheid is een pleidooi om eerlijk naar jezelf te zijn. Om toe te geven wat niet klopt en om dat bij jezelf te veranderen. Dit vraagt de moed om echt te beleven.
Smartvreugdemens, zo werd de held Gilgamesj genoemd: degene die alles aangaat, van vreugde naar verdriet, van verdriet weer naar vreugde. Het hele leven. 

Die de confrontaties aangaat met zichzelf
Kan de confrontaties aan
Met de wereld.

Smartvreugdemens – Een uitnodiging tot beleven, essay, 2024, € 12,50, verkrijgbaar via de boekhandel en via de schrijver.

Categorieën
Artikelen

De ontmenste mens

Maak weer contact. Kijk eens naar de ander om. Geef eens wat aandacht, wat tijd. Zo worden we gestimuleerd. Maar: kunnen we het nog?

Je woont tussen vriendelijke buren, ze groeten je en wensen je fijne dag. Je zou ze wel eens willen spreken, ze hebben zeker iets te vertellen, daar sta je voor open. Maar de lucht staat stijf van: geen tijd. Soms bel je aan met een vraag of een pakje. Nooit vragen ze je binnen. Het gebeurt gewoon niet.

Je hebt je werk en bent daarbuiten actief in dit of dat groepje. Het zijn leuke mensen, er is wel verwantschap. Soms heb je een goed gesprek. Maar bij zich thuis vraagt niemand je, tot vriendschap komt het niet en nog eens niet.

De afleidingen in mijn hoofd bestaan vooral uit het gedachte uitspreken van de banale dingen van het moment: “Begrijp niet dat mensen de film niet mooi vonden.” “Was weer meteen mijn droom kwijt bij het wakker worden.” “Drink wel een liter water vanavond, blijf maar dorst houden.” Alles behoefte aan uitspreken, aan delen, zoals je normaal doet, maar waarvoor je geen kans meer krijgt.

We worden ontzield, ontmenst. We gaan als schimmen over straat, altijd langs elkaar heen. Ik vind het niet meer te doen.

De contactgestoordheid wordt gezien, baart zorgen. Men dringt aan op omzien naar elkaar. Maar wij kunnen het niet meer. Niet omdat we zo onverschillig zijn, of zo hard, maar omdat wij het ook niet meer willen. We hebben onze handen vol aan ons eigen leven, aan produceren, consumeren, renderen. Op onze manie houden we ons buiten staande, de depressie is voor thuis. Hoe kunnen we, gestrest tot in ons merg, nog belangstelling hebben voor anderen? 

Contact is ook niet meer die extra moeite waard, want wat schieten we ermee op? Wie heeft nog de fut om iets anders te bieden dan gepraat? Beleven we nog de dingen tot in onze ziel? De dingen die, met noodzaak gedeeld, de ander wezenlijk verder helpen? Nee.

Is het een wonder dat wij, onszelf kwijt, eenzaam zijn? Nee.

Al dit menselijks in ons wordt kapot gemaakt. We zijn niet meer in staat om contact nog maar te willen. En we weten het niet, want ook het tot weten kunnen komen, de reflectie, wordt, met 24 uur per dag moeten, uit ons weg geblazen. 

Ben je bij uitzondering wel in staat dit geweld tegen het menszijn te zien en er onder te lijden, kan dit dan niet alleen dankzij een soort kloosterleven, je al het overbodige ontzeggen, met weinig buiten de deur, weinig behoeftes, weinig media, en toch midden in het leven?

Waar kijken we op terug in het zicht van de dood? Op een niet geleefd leven. Niet doordat wij onze kansen hebben laten liggen, maar doordat we de kans op een leven niet hebben gekregen. 

De dwang van buiten wint het van onze kracht vanbinnen. De dwang van buiten is totalitair. Bezit en macht halen het leven uit alles weg, uit de natuur, uit de samenleving, en ook uit ons persoonlijk.

Het is misdaad tegen de menselijkheid.

Houd op van ons te eisen dat we luisteren, delen, sociaal zijn. Houd eerst maar eens op onze sociabiliteit kapot te maken. Houd eerst maar eens op met deze barbarij van bezit en macht, deze corrumpering van beschaving die er wel degelijk is geweest.

En intussen? Intussen is de enige uitweg inderdaad de uitweg: om weer tot leven te kunnen komen, is het nodig je kwaad te maken over de totale destructie, is het nodig uit het systeem te stappen. Te weigeren je nog langer te laten verleiden tot wat dan ook. 

Trek een streep. Committeer je aan een eenvoudig leven, kom tot rust, word weer mens. 

Kunnen we dat, een streep trekken? 

© 2025 Helen Gerretsen
Amsterdam

Download dit artikel

Categorieën
Artikelen

Wat is de taak van de literatuur

Wat is de taak van de kunsten, in het bijzonder van de literatuur, in het licht van deze tijd? In elke tijd heeft de schrijver, hoe dan ook, dienstbaar te zijn aan de mensheid, door te schrijven vanuit inzicht in de actuele samenhang en in zijn wording. Ook in deze tijd, juist in deze tijd waarin een omvattend inzicht onder het spervuur aan trivialiteiten zo moeilijk bereikbaar wordt gemaakt, laat staan een opening kan worden geboden. Het beetje denken dat we nog nodig hebben, worden we geacht de media te laten doen. Terwijl we toch aan alle kanten worden bedreigd, door misinformatie, door economische machten, door verwoesting van onze leefomgeving, uitsluiting, armoede, zinloosheid. Dit vraagt om literatuur die, welk verhaal ze ook vertelt, tenminste weet heeft van de grote krachten die het leven uit zijn baan dringen. 

Wat is hiervoor nodig? Het begint met de opdracht aan schrijvers te werken vanuit een wereldbeeld dat zo ruim is dat het geheel van de machinaties wordt doorzien, zodat mensen werkelijk iets meer kunnen begrijpen van de wereld, hun plaats daarin en hun mogelijkheden. 

Deze taak neemt de literatuur te weinig op zich. Dat is ook niet zo gek, ook schrijvers zijn mensen die het spervuur niet ontziet, door alle afleiding ingeperkt in hun blikveld. Als geheel wordt deze tijd herhaald, niet gereflecteerd. Indien de literatuur al inzicht biedt, reikt het niet verder dan tot het niveau van individuele levens. Een personage heeft het moeilijk, doordat diegene zo of zo in elkaar steekt, of dit of dat heeft meegemaakt. Dit kan best een frisse kijk bieden op het psychische functioneren, maar in hun, gezien de vervreemding, wel degelijk emancipatorische taak schieten schrijvers hiermee tekort.

Want op de persoonlijke problemen werken bepalend de grote krachten in: de beschadigende krachten van de niet zo zichtbare belangen, die ons valse waarden aanpraten, die ons reduceren tot consumenten, die onze individuele groei frustreren, die ons vermalen, ons angst aanjagen, ons machteloos maken, waardoor zij nog meer macht verwerven. En die het ons heel moeilijk maken deze krachten te doorzien.   

Welnu, bij te dragen aan het doorzien is de taak van degenen, onder wie schrijvers, die niet alleen iets aangrijpends en moois willen bieden, maar ook het voor mensen opnemen, door: 

  • ondanks alle misleiding te doen wat nodig om de wereld wel omvattend te gaan begrijpen, en dit begrip al fabulerend (dus impliciet) de lezers te bieden. 
  • ook de taal te doorzien als een instrument dat vervreemdend op ons inwerkt en tegelijk naar alternatieven te zoeken die andere betekenissen mogelijk maken.
  • zo hun grote taak te vervullen ook lezers los te weken uit de tang van de machten en hun bedrieglijke taal.

Deze zoektocht op zich te nemen is de verantwoording van schrijvers zelf. Niet eenvoudig, een aanwijzing vanuit een of ander -isme bieden is niet meer voorhanden. Het vereist in de eerste plaats, ondanks de offensieve omgeving: distantie. Distantie tot de samenleving zoals deze is verworden, tot ook de media, het eigen netwerk en de to-do-lijst. Het hoofd moet vrij zijn van psychische onvrijheden. Ja, een gedisciplineerd kloosterleven, waarin je toch midden in de wereld staat, is nodig om de grijparmen van de verdwazing aan het werk te zien en eraan te ontkomen. Het inzicht samen met de distantie maken de vrijheid bereikbaar, om zich ook een alternatief bestaan weer voor te stellen.

Dan is de vraag: hoe verwerken schrijvers hun begrip in literatuur, dus in taal. We hebben het hier over fictie, dat wil zeggen dat de zaken niet, zoals in non-fictie, worden benoemd, maar geïmpliceerd. Je kan geen kritisch en alternatief verhaal vertellen in de heersende ondergangstaal, anders gezegd geen onvrijheid openbaren, geen vrijheid suggereren in de taal van de onderdrukking. Toch is dit wat gebeurt.

Impliceren betekent meer dan de regel die geldt voor fictie: to show in plaats van to tell. Impliceren in dit verband betekent dat op elk niveau, de constructie, de zin en het woord, een ander wereldbeeld aan de taal ten grondslag ligt. 

Hoe impliceer je vertellend een ander wereld- en mensbeeld? Deze alternatieven vragen, wat de constructie van de vertelling betreft, een andere keuze van wat je wel en niet vertelt. Veel blijkt er nu niet meer toe te doen en moet dus worden weggelaten, nieuwe aspecten moeten op eigen kracht uit inspiratie worden gevonden. Geen woord zonder dat het is ervaren.

Vanuit een kritisch inzicht kan je nog altijd een psychologische roman schrijven, met een individueel plot. Maar de problematiek zal dan, impliciet, ook het systeem in het individu laten zien, de gruwel dat deze tijd ons niet toestaat überhaupt een individu te zijn. Dit inzicht is een geschenk aan de lezer. 

Ikzelf verklaar de problematiek van de wereld, tot aan het individu toe, uit de heerschappij van bezit en macht, die maakt dat niet alleen dat de aarde wordt opgebrand, maar ook dat wij ‘persoonlijk’ als neuroten door een onleven gaan.  

Hoe impliceer je deze kijk in de constructie? In mijn (ideeën)roman Bu en Iedje is de drijvende idee de vraag: Hoe te leven. Deze vraag stelt de jonge Iedje aan de oude Bu, die het kan weten. De zin van het leven verklaar ik uit de kracht van individuatie, aan worden die je in wezen bent. Daar trouw aan te zijn, is dan het antwoord op de vraag: hoe te leven. Hoe meer, zoals nu, je menswording met voeten wordt getreden, des te rottiger je leven en des te minder je teweeg kan brengen. Hoe meer je daarentegen als jezelf wordt gerespecteerd, hoe meer kracht je dat geeft om een factor te kunnen zijn. 

In de beschrijving van een gezin vertel ik niet hoe goed de ouders het in menig opzicht doen. Wel hoe, doordat hun eigen menszijn wordt geëlimineerd, zij ook teweegbrengen dat ieder van de gezinsleden gefnuikt wordt in individualiteit. Daar tegenover laat het leven van de oude Bu zien dat naar binnen blijven luisteren het evenwicht brengt om je mogelijkheden waar te maken. 

Op het niveau van de zin: in de rationele tijdgeest die ons omringt is de waarheid eenduidig: kortweg, van betekenis is welvaart, van geen betekenis is welzijn. Deze geest nodigt uit om te vertellen in eenduidige zinnen. 

Ontwikkel je distantie tot deze tijdgeest, dan blijken waarheden tot in de samenhang van het leven eerder opgebouwd uit tegenstellingen. Dit zal ook je zinnen noodzakelijk complexer maken.

Dit ervaar ik zelf, bijvoorbeeld in deze zinnen die niet voor het oprapen lagen, maar pas uit inspiratie zich voordeden. Over een toestand van midlifecrisis wordt in Bu en Iedje dit gezegd: 

‘Het luchtledige toen van het bestaan zonder baan, juist in het midden van je leven, die tijd van het einde van de vrijblijvendheid, van wezenlijke keuzes, werd de tijd dat je de straat op ging om niet thuis te hoeven zijn en daar zag dat alle mensen ergens naar op weg waren, met een doel.’

Over de schijn van geluk:

‘We wilden, weliswaar zonder bron, toch vreugde putten uit onze dag, zoals we tegen de klippen op ons best deden, uit onze ontbering toch wat voorkomendheid te stamelen, waarvan het ons leek dat we het meenden.’

Op het niveau van het woord: de schrijver zal woord voor woord het ideologische gehalte moeten vinden, en het daarvan zien te ontdoen door het anders te gebruiken, ofwel het te vervangen. Als schrijver kan je niet alert genoeg zijn op taal als jargon, want de kans is groot dat, misleid als we zijn, je de taal toch weer conformerend gebruikt in plaats van haar los te maken uit de verwijzing naar ongewenste betekenis. 

Conformeren is op de gebruikelijke manier benoemen. Door te benoemen worden de lezers, die net bezig waren zich een andere wereld te vormen, hardhandig weer in de realiteit terug gerukt, waaruit de schrijver hen wilde verlossen. Sterk bepalend zijn woorden uit een zekere deskundigheid (sociologie, psychologie, politiek). Deze zijn te vervangen door een gewoner en daardoor vrijer woord, dat in het ongewone gebruik juist ineens de ogen kan openen.

Op zoek naar inzicht gevende formulering kan het zijn dat je om de haverklap het woordenboek raadpleegt om te zien hoe een woord precies wordt betekend en of dat nog past in het verhaal dat jij wilt vertellen. 

Hoewel woorden niet los te zien zijn van hun context, hier een paar eigen keuzes: in plaats van vervreemding gebruik ik eerder: benauwenis (een bijbels woord), in plaats van consumptiedwang: gif, in plaats van saai: gebeurtenisloos, in plaats van onderdrukking: knechting (een historisch begrip kan het bedoelde kracht geven). 

Een misschien plotloze structuur gebouwd op een idee, complexere zinnen en soms ongebruikelijke woorden maken dat lezers moeite moeten doen. Dat is goed. Concentratie door de lezer bevordert het loskomen uit de dagelijksheid, bevordert ook het wegfantaseren naar een ander bestaan, ja, het terugvinden van leven. (En nee, moeite vragen van lezers is niet direct bevorderlijk voor de verkoop. Ook uitgevers moeten de betekenisvolle boeken uit willen brengen, die misschien geen hype worden, maar wel de zin bieden waaraan behoefte is. Het hele literaire bedrijf moet zijn verantwoording nemen.)

De geschiedenis van Bu en Iedje heb ik een tijdsverloop gegeven van begin twintigste eeuw tot in een toekomst, eigenlijk tot in de eeuwigheid. Ik wilde daarin een levensloop beschrijven in een samenleving die gaat in de richting van overconsumptie, via een catastrofe naar een (heilzame) omslag.

Tot de nabije toekomst heb ik de tijd van dystopie (waar wij nog middenin zitten) een intermezzo genoemd. Een tussentijd dus. Op zijn dieptepunt komt het tot een kanteling, die de weg vrij maakt voor – laten we zeggen een ander bestaan, waaruit bezit en macht zijn weg gespoeld. Een leven waarin ieder er eindelijk als mens aan te pas kan komen.

Tenslotte de taak van de schrijver volgens Peter Handke. Handke is mijn favoriete schrijver en leermeester – een schrijver die zichzelf niet bedriegt en zo ook de lezer niet. Ik kan mij blind op hem verlaten. Hij schrijft intelligent en sympathiek. Elk woord ervaren. Geen boek bovendien zonder op het schrijven te reflecteren. Ook hij stelt zich ergens expliciet de vraag: ‘Wat was zijn, ’s schrijvers, zaak?’  Zo gaat hij, vragenderwijs, hierop in: ‘Bestond er in zijn eeuw eigenlijk nog wel zo’n zaak? [-] Waar was de langjarige heerser wiens regeerperiode niet alleen met kanonschoten gevierd wilde zijn [maar ook bezongen]? En waar zijn opvolger, die niet alleen begeleid door flitslicht zijn ambt aanvaardde? [-] En welke volkenmoordenaars van deze eeuw konden nog, in plaats van met elk excuus opnieuw uit hun tombe op te staan, voor altijd hun hel in gestuurd worden door een enkele terzine? En hoe daarentegen, in het licht van de niet enkel meer ingebeelde, maar van vandaag op morgen al mogelijke ondergang van de wereld, gewoon de vriendelijke dingen van deze planeet hun werk te laten doen, in de vorm van een strofe of een alinea op een boom, een streek, een jaargetijde? Die gezichtshoek van de eeuwigheid  – waar was die nog te vinden?’ 

Woorden voor het scherpe doorzien van de tijd, afwisselend voor zijn wandelervaringen door de natuur maken inderdaad een groot deel van zijn werk uit. Natuur is eeuwig, niet gebonden aan welke tijd, plaats of geld- en machtslust ook. Nadat schrijver, lezer en literatuur zijn losgeweekt uit het nu, lijken zij in de richting te gaan van: de eeuwigheid. Alleen wat eeuwig kan duren is goed. Laten wij verhalen, beelden en woorden van eeuwigheid zoeken om de menswaardigheid dichterbij te zingen. 

© Helen Gerretsen

Download dit artikel